Inbreng

Het kapitaal van de vennootschap wordt gevormd door hetgeen de oprichters in de vennootschap inbrengen. Die inbreng kan gebeuren door middel van geld of door een inbreng in natura (zoals bijvoorbeeld een onroerend goed of een handelszaak).

INBRENG IN GELD

In geval van een inbreng in geld, dient het bedrag van de inbreng vóór de oprichtingsakte gedeponeerd te worden op een bijzondere rekening op naam van de vennootschap in oprichting. Het bewijs van deze storting, het zogeheten “bankattest”, zal door de bank worden afgeleverd om het uiterlijk bij de ondertekening van de oprichtingsakte aan de notaris te overhandigen. Zonder het bankattest kan de notaris de oprichtingsakte niet opstellen.

INBRENG IN NATURA

In geval van een inbreng in natura, dienen de oprichters aan de notaris twee verslagen voor te leggen:

  1. het verslag opgemaakt door de bedrijfsrevisor, aangesteld door de oprichters, die de inbreng beschrijft en waardeert
  2. het verslag opgemaakt door de oprichters waarin het belang van de inbreng voor de vennootschap wordt uiteengezet.