Aandeel

1. Afdruk beleggingsportefeuille

2. Afdruk grafieken

Grafiek PinguinLutosa op korte termijn (1 jaar)

Grafiek PinguinLutosa op lange termijn (10 jaar)

 3. Theorie

* Wat is een aandeel?

Een aandeel is een eigendomsbewijs van een bedrijf. Wie een aandeel van een onderneming koopt, wordt dus mede-eigenaar van dat bedrijf. Dankzij je aandeel heb je het recht om mee te beslissen (stemrecht) over belangrijke zaken betreffende de onderneming. Voor veel aandeelhouders is dat echter niet de belangrijkste reden om een aandeel te kopen. Zij willen vooral financieel meeprofiteren als het goed gaat met het bedrijf.

* Wat is een optie?

Een optie is een verhandelbaar recht om gedurende een bepaalde periode (meestal 3,6 of 9 maanden) een ‘onderliggende waarde’ te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. De onderliggende waarde kan van alles zijn: zilver, olie of een huis. Maar meestal gaat het om aandelen. Hierna gaan we uit van aandelen, maar je kunt in plaats van aandelen dus van alles invullen.

 Er zijn twee soorten opties: callopties en putopties. Callopties geven je het recht om aandelen te kopen, putopties geven het recht om aandelen te verkopen. De contractgrootte bij aandelenopties is altijd 100. Eén optie geeft dus het recht op de aan – of verkoop van 100 aandelen tegen een vooraf afgesproken prijs. Voor een optie betaal je een premie.

Rekenvoorbeeld

Een voorbeeld van de koersen uit november 2011 op de website van beursduivel.be :

Serie waardepremie

Optie COLRUYT C 3 december 28,00 4,30
Optie COLRUYT P 6 december 40,00 6,75

 Hier staat dat je voor een premie van 4,20 euro het recht koopt (de c staat voor calloptie) om 100 aandelen Colruyt (100 is immers voor aandelen van vaste contractgrootte) te kopen tegen een koers van 28 euro vóór de afloop op de derde vrijdag in maart 2012. ‘03/12’ betekent dat het optierecht in maart 2012 komt te vervallen. De exacte datum is altijd de derde vrijdag van de maand. Je betaalt in totaal 4,30 euro x 100 (contractgrootte, de premie geldt voor 1 aandeel) = 430 euro.

Callopties

Op het moment dat deze optieprijzen op de website stonden, was de koers van één aandeel Colruyt 30,36 euro. Stel dat de koers van het aandeel in februari 2012 stijgt naar 35 euro, dan kun je besluiten om je optie uit te oefenen. Uitoefenen wil zeggen dat je gebruik maakt van het recht om de onderliggende waarde van de optie tegen de afgesproken prijs te kopen. Je koopt in dit geval 100 aandelen Colruyt voor 28 euro per stuk, terwijl je ze direct kunt verkopen voor 35 euro. Dat levert je een winst van 7 euro per aandeel. Daarvoor heb je wel 4,0 euro moeten betalen. Je uiteindelijke opbrengst is dus 100 aandelen x (7,00 – 4,30) = 270 euro.

Kopen of schrijven

Bezit je een calloptie, dan heb je het recht om te kopen. Je bent als koper echter niet verplicht om van je recht gebruik te maken. Als de koers van het aandeel onvoldoende stijgt, dan zal een koper verder niets met zijn opties doen. Stel dat in dit voorbeeld de koers niet boven de 28 euro uitkomt, dan maak je geen gebruik van je recht. Wel heb je 4,30 euro premie voor de aankoop betaald. Dat is dan je verlies. Tegenover de koper van de optie staat de verkoper. De verkoper van een optie wordt de schrijver genoemd. Een schrijver van een calloptie neemt de plicht op zich om de aandelen te verkopen tegen de prijs die in het optiecontract staat. Omdat de verkoper die optie aanbiedt, krijgt hij een vergoeding in de vorm van een premie.

 Putopties

Als koper van putopties heb je het recht je aandelen tegen een bepaalde waarde te verkopen. Als koper van een putoptie hoop je dat de koers daalt nadat jij de optie hebt gekocht, zodat je het recht kunt uitoefenen om het aandeel tegen de hoge uitoefenprijs te verkopen. Tegenover de koper van een putoptie staan een schrijver die de verplichting heeft aandelen tegen een vastgestelde prijs te kopen en hiervoor een premie ontvangt. In het eerdere voorbeeld lees je dat je als koper van een putoptie (p staat voor putoptie) Colruyt, tegen betaling van 6,75 euro premie, het recht hebt om 100 aandelen Colruyt (100 is immers voor aandelen de vaste contractgrootte) te verkopen tegen een koers van 40 euro vóór de afloop op de derde vrijdag van juni 2012. Stel dat de koers daalt naar 32 euro en je verkoopt je aandelen voor 40 euro, dan is je winst: 100 x 8 euro= 800 euro. Hiervoor heb je wel 675 euro premie betaald. Je uiteindelijke opbrengst is dus 125 euro.

Calloptie     De koper heeft het recht om aandelen te kopen tegen de uitoefenprijs en betaalt hiervoor een premie. De koper verwacht dat de beurskoers gaat stijgen. De schrijver is verplicht om aandelen tegen de uitoefenprijs te verkopen en ontvangt hiervoor een premie. De schrijver verwacht dat de beurskoers gaat dalen. 
Putoptie    De koper heeft het recht aandelen tegen de uitoefenprijs te verkopen en betaalt hiervoor een premie. De koper verwacht dat de koers gaat dalen. De schrijver is verplicht aandelen tegen de uitoefenprijs te kopen en ontvangt hiervoor een premie. De schrijver verwacht dat de koers gaat stijgen.

 * Wat is een obligatie?

Een obligatie is een lening die is uitgegeven door een bedrijf, een instelling of aan de overheid. Obligaties koop je op de beurs. Je koopt als het ware een schuldbewijs dat je gedurende de looptijd van het schuldbewijs het recht geeft op rente. Een obligatie kan op verschillende momenten worden afgelost.

Op een van tevoren vastgestelde datum, in een van tevoren vastgestelde periode of op het moment dat een obligatie wordt uitgeloot. Als je je obligaties houdt tot het einde van de looptijd, dan is een obligatie een relatief veilige belegging. Je krijgt dan het geld terug dat je hebt geleend. In de tussentijd heb je ook nog een jaarlijkse rente ontvangen. Je kunt er ook voor kiezen om je obligatie voor het einde van de looptijd te verkopen tegen de koers van dat moment. De waarde van een obligatie kan – net als bij de aandelen – stijgen of dalen en is sterk afhankelijk van de rente. Stijgt de marktrente, dan daalt de waarde van de obligatie. Nieuwe obligaties die op dat moment worden uitgegeven, bieden immers een hogere rente dan de oude obligaties (die jij hebt).

* Beleggingsfondsen

Wanneer je belegt in een beleggingsfonds, beleg je in verschillende effecten tegelijk. Dat kunnen aandelen, obligaties, of andere soorten beleggingen van verschillende bedrijven en/of instellingen zijn. Elk beleggingsfonds heeft een fondsmanager. Hij of zij zorgt ervoor dat de inleg van de deelnemers in het fonds verstandig wordt belegd.

Er bestaan allerlei soorten beleggingsfondsen:

– fondsen die alleen beleggen in aandelen (je koopt dan met één aandeel in het beleggingsfonds een stukje van alle bedrijven waarin het beleggingsfonds belegt);

– fondsen die alleen beleggen in een bepaalde regio, bijvoorbeeld Azië;

– fondsen die alleen beleggen in bepaalde sectoren, bijvoorbeeld chemiebedrijven of internetbedrijven;

– fondsen die beleggen in bedrijven met een bepaald thema. Een voorbeeld is een ‘groen’ fonds, dat alleen belegt in bedrijven die producten maken die milieuvriendelijk zijn of een bijdrage leveren aan een beter milieu.

Beleggen in een beleggingsfonds heeft een aantal voordelen:

• gespreid risico: het fonds beschikt over voldoende geld om van verschillende
bedrijven aandelen of obligaties te kopen. Zo beperk je het risico en
is het minder erg als het met één bedrijf minder goed gaat;
• gemak: deskundige en ervaren fondsbeheerders stellen de beleggingsportefeuille
samen en beheren die ook. Je hebt er zelf geen omkijken naar;
• eenvoudig: beleggen in een fonds is gemakkelijker dan het zelf kopen van allemaal verschillende aandelen, obligaties en opties;
• klein bedrag: wanneer je belegt in een fonds kun je al met weinig geld in veel verschillende landen en bedrijven beleggen;
• kapitaalbescherming: bij nogal wat beleggingsfondsen is je kapitaal beschermd op de eindvervaldag.

* Welke factoren beïnvloeden de beurskoers van een aandeel?

Emoties kunnen invloed hebben op de beurskoersen. Een goed voorbeeld is het weekendeffect. Op vrijdag zijn de beurzen over het algemeen positief gestemd en stijgen de koersen harder. Mensen kijken uit naar het weekend en zullen zich op de beurs hiernaar gedragen. Een gelijksoortig effect zie je aan het einde van de maand, als de belegger zijn salaris ontvangt.

Beleggerspaniek
Sommige beleggers kunnen zich niet los maken van sites waar voortdurend de actuele koersen worden vermeld. Deze koersen kunnen sterk wisselen en mensen meeslepen in regelrechte beleggerspaniek. Let ook altijd op het bedrijf, en niet alleen op de actuele aandelenkoers.

Voorliefde
Emoties kunnen een belangrijke rol spelen bij beleggers die een sterke voorliefde
hebben voor bepaalde aandelen, bijvoorbeeld een geliefd sport- of biermerk. Ondanks hevige koersschommelingen kunnen zij geen afstand doen van hun geliefde stukken. Het rendement op een aandeel is dus niet het enige dat belangrijk is.

 ‘Hot ‘nieuws
Nieuws dat met grote koppen in de krant staat, heeft meer invloed op de beleggingsbeslissingen dan minder recente berichten of nieuws dat op de achterpagina van de krant staat. Wanneer beleggers heftig reageren op bepaalde nieuwsfeiten, kan dat leiden tot een overdreven reactie op de beurs.

Extrapolatie
Extrapolatie houdt in dat beleggers ontwikkelingen in het verleden doortrekken naar de toekomst. Beleggers verwachten van een bedrijf dat dit jaar een hoge winst heeft behaald, dat volgend jaar de winst nog hoger zal zijn. Historische resultaten beïnvloeden de verwachtingen van beleggers. Gek, want juist beleggers weten als geen ander dat historische resultaten geen garantie geven voor de toekomst.

Kuddegedrag
Als een belegger een andere mening heeft dan de andere beleggers, brengt dat hem in een kwetsbare positie. Beleggers baseren hun beslissingen dus ook op het gedrag van andere marktpartijen. Dat is niet-rationeel gedrag. Als veel beleggers hun gedrag aanpassen aan de geldende norm, spreken we van kuddegedrag.

*Welke risico’s loop je bij het beleggen in aandelen?

-Debiteurenrisico: je hebt geen enkele garantie dat je je geld terugkrijgt. Bij een faillissement kunnen aandelen niets of nog heel weinig waard zijn.

-Inflatierisico: Inflatie, ofwel geldontwaarding, betekent dat in de loop van de tijd producten en diensten steeds duurder worden. Voor de 100 euro die je aan het begin van de belegging had ingelegd, kun je aan het einde van de looptijd minder producten kopen dan aan het begin. De nominale waarde blijft 100 euro, maar de reële waarde is minder. Het rendement van je belegging moet dus minimaal het inflatierisico goedmaken.

-Valutarisico: als je belegt in aandelen die niet in euro’s zijn genoteerd, dan daalt de waarde van je aandelen als de koers van de vreemde valuta daalt. Ook als je belegt in aandelen die in euro’s staan genoteerd, loop je koersrisico. Zo kunnen bedrijven activiteiten hebben in landen met een andere valuta dan de euro. Verder zijn sommige aandelen gevoeliger voor bijvoorbeeld de dollar dan andere.

-Renterisico: over het algemeen heeft een verhoging van de rentetarieven een negatieve invloed op de koersontwikkeling van aandelen. Sommige aandelen zijn meer rentegevoelig dan andere.

-Koersrisico: het risico op koersschommelingen is bij aandelen groot. Hierdoor is het mogelijk dat je met verlies uit een aandeel moet stappen. Het koersrisico wordt vooral bepaald door de kwaliteit van de onderneming, de ontwikkeling van de sector waartoe de onderneming behoort en door de ontwikkeling op de beurzen.

* Hoe kan je risico’s beperken?

 Om je risico’s te beperken is het verstandig om je geld te verdelen over verschillende beleggingscategorieën. Het beste is een relatief groot gedeelte van het vermogen te steken in beleggingen met een laag risico (bijvoorbeeld obligaties) en een relatief klein deel in beleggingen met een hoog risico (bijvoorbeeld aandelen). Ook kun je een deel van je geld beleggen en een ander deel op een spaarrekening zetten.

 Een andere manier om het risico te spreiden is deelname in een beleggingsfonds. Een beleggingsfonds kan door zijn omvang gemakkelijk een gespreide portefeuille opbouwen. Als het met de ene belegging in de portefeuille wat slechter gaat, wordt dat vaak gecompenseerd door een andere belegging waarmee het beter gaat.

* Mijn persoonlijke beleggersprofiel

Volgens de profieltest op de website van de AXA-bank ben ik een defensieve belegger.

De kenmerken van een defensieve belegger; je wenst je kapitaal te laten aangroeien maar je bent evenwel bereid om een beperkt risico te nemen op de aandelenmarkten. Tijdelijke schommelingen zijn mogelijk door rentestijgingen, wisselkoersrisico of door negatief presterende beurzen.

Een modelportefeuille van een defensieve belegger: